Met een luid geknal lieten de dwergen thunderers van zich horen.
Harde metalige klanken weergalmden, waar de stalen projectielen insloegen in de harnassen van de chaoskrijgers. Drie van hen zakten door hun benen, om dood op de kapotgetrapte aarde te vallen.
Hoog op de stenen muur, steeg een tiental rookpluimen.
Het viel Gharamon op, dat er geen gejuich opsteeg van de muur. Een duidelijk teken, dat het leger van mensen en dwergen het ook zwaar te verduren had, en waarschijnlijk een flink aantal slachtoffers telde.
Vertrouwend op het betere overzicht van de dwergen op de muur, besloot Gharamon zijn eenheid chaos krijgers door te drukken naar voren. Aan deze kant van het slagveld, waren de menselijke krijgers. Als hij zijn elite krijgers, gevolgd door de horde orks die hem volgde nu doordrukte,
kon hij gemakkelijk de veiligheid van de stad bereiken, om daar een man tot man gevecht uit te lokken.
In de stad, tussen de huizen, zouden de dwergen en mensen hun vuurkracht niet kunnen laten gelden. Waardoor zijn kleine overgebleven groep chaos krijgers gemakkelijk de overhand kon krijgen. Met een hard gedreun, bewogen de chaos krijgers zich voorwaarts.
Op naar de relatieve veiligheid van de huizen.
Tot plotseling, Gharamon een getintel voelde. Een getintel dat elke ander waarschijnlijk niet had gemerkt, maar wat voor Gharamon het teken was dat zijn missie was geslaagd.
Met een paar korte gebaren, en een enkel gefluisterd woord, verdween de wereld rondom de magier in een donkere massa. Het was alsof iemand, van het ene op het andere moment, de zon had uitgedoofd. Geluid verstomde, Kleuren verduisterden, beweging vertraagde.
Een moment later, stond Gharamon in een bos. Gharamon wist, dat zijn spreuk geslaagd was, en hij zich nu op een flinke afstand van het slagveld bevond. Het zou nog even duren voor zijn lichaam zich volledig terug gevormd had. Daarom liet hij zijn gedachten afdwalen naar de strijd.
Het slagveld.
Waar zijn chaoskrijgers nu zonder leider rondliepen, en zich waarschijnlijk in de stad zouden verbergen. Deze elite krijgers wisten wat er van hun verwacht werd. Of hun generaal er nu bij was, of niet.
''Dood zo veel mogelijk vijanden, ook al kost het je je leven!'' waren gharamons orders geweest.
''Houd de tegenstander bij de stad Wendland, en zorg dat hij daar zo lang mogelijk blijft!''.
En dat hadden Gharamons troepen gedaan. De mensen en het dwergenleger was vast gehouden in de stad, en had alles op alles moeten zetten om zich te verdedigen. De laatste paar chaoskrijgers die nu de stad in vluchtten zouden hun huid nog duur verkopen, onderwijl een slachting onder de burgers aanrichten. Chaos krijgers... De perfecte soldaten voor deze missie.
De orks daartegen, zouden nu waarschijnlijk wel afdruipen. Die twee kleine goblins hadden hun taak geweldig gedaan. Ze hadden de rug van de dwergenlegers gebroken, met wat hulp van de elven. Maar nu kon Gharamon ze niet meer gebruiken.
De gevechten van afgelopen week hadden Gharamon een groot deel van zijn leger gekost, en hem ruim een week aan tijd opgeleverd.
Een kleine prijs, voor het verkrijgen van een macht als hij nu ging krijgen.
Opeens voelde Gharamon dat zijn lichaam zich volledig gevormd had, en hij zich kon bewegen.
Langzaam gleed de magiër vlak boven de bosgrond. Naar het noorden, waar de rest van zijn acolieten en krijgers zich op het moment bevond. Druk bezig met zijn onheilige opdracht.
Rondom Gharamon vervormden bomen, en begonnen stenen als vloeibare druppels te bewegen. Op Gharamons gezicht verscheen een sinistere grijns.
De krachten van Tzeench zijn toegenomen, rondom de meteoriet.
Het werk vorderde goed!
In de verte, doemde hij voor Gharamon op. Het reusachtige blok steen dat uit de hemel was komen vallen, leek te gloeien in een onaards groen licht.
De kracht die ervan uitging, was duidelijk voelbaar voor Gharamon. Het had hem een hoop moeite gekost, om deze voelbare kracht te verbergen voor de magiërs van andere rassen.
Zodat zijn werkers rustig de tijd kregen om hun duivelse machine aan de meteoriet te bevestigen.
En het donkere altaar te bouwen, dat voor zijn ritueel nodig was.
Omhoog kijkend zag Gharamon een gestalte boven het altaar staan. Een gestalte in een zwarte mantel, een paar centimeter boven de grond zwevend. Naast deze magiër, stond een figuur die Gharamon maar moeilijk goed kon zien.
Toch wist hij precies wat deze krijger was, een demon, een horror uit tzeench legioen. Door de andere magiër opgeroepen, om het zwaard van Kharazam te veroveren.
Het had Gharamon pijn gedaan, dat zijn wederhelft was gevallen onder het zwaard van een menselijke ridder. Maar de mensen hadden geen kans gehad, tegen de onverwachte aanval die uit een andere dimensie kwam. En hier stond hij dan:
Een lelijk paars gedrocht, dat continu van vorm veranderde en verkleurde, groeide, om daarna weer te krimpen. Het enige wat constant was aan het monster, was het grote tweehandig, dat hij in zijn hand had.
Langzaam liep Gharamon de zwart obsidianen treden op. Richting de in een mantel gehulde magiër, die daar stond. Boven gekomen, keken ze elkaar aan.
Even verbaasde Gharamon zich over het gezicht van de ander. Het bleke gezicht, onder de donkere kap, de zwarte ogen, die zoveel op die van hemzelf leken.
Totdat het tot hem doordrong, deze magiër was hij zelf.
''Welkom terug, deel van mijn ziel! '' Siste een stem in zijn hoofd.
Langzaam voelde Gharamon zijn lichaam oplossen. Hij voelde zijn ziel richting de magiër zweven, om daarna samen te vloeien in het andere lichaam.
Voor zich, zag Gharamon zijn oude gewaad leeg in elkaar zakken.
Gharamon draaide zich om naar de demon, die hem gedwee het zwaard overhandigde, om daarna op te lossen in het niets. Het zwaard voelde koud aan in zijn hand.
Met een langzame beweging, stak Gharamon het zwaard in een gleuf in het donkerzwarte altaar.
Achter zich, hoorde hij in de verte lawaai.
Toen hij zich omdraaide zag hij in de verte, een flinke rookpluim opstijgen.
''De vijand heeft zich snel hersteld'' drong het tot Gharamon door.
''Hij zal hier snel komen, en proberen mij tegen te houden. Maar het geeft niet, mijn troepen hier, zullen het hem goed lastig maken. En als hij zich van die klap hersteld heeft, zal hij te laat zijn!''
Hij keek weer naar het zwaard. Legde zijn handen op het gevest, en sprak zijn spreuk.
Met een schok, voelde Gharamon dat de omgeving begon te trillen. De meteoriet begon een helderder groen licht uit te stralen. De duistere energie werd door grote stalen kabels langzaam richting het altaar geleid.
Gharamon zag de uiteinden van de kabels rood opgloeien, vanwaar de energie naar hem toe stroomde. Wat had hij het slim aangepakt. Zijn eigen mechanica hadden dit nooit kunnen uitdenken. Maar zijn nieuwe onderdanen, hadden deze meteoriet weten te veranderen in een reusachtige batterij, die hij nu kon gebruiken om zich....
Verder kwam hij niet. Hij voelde de reusachtige energie door zijn lichaam stromen. Zijn vlees vervormen en zijn ziel verscheuren. Verschrikkelijke pijn ontlokte aan Gharamon een schreeuw van pijn. Hij zag vonken groen licht om zich heen slaan, en geknetter teisterde zijn gehoor. Toen werd het zwart voor Gharamons ogen.
Langzaam kwam het zicht terug in zijn ogen. Maar hij zag niet als eerder. In plaats van kleuren, zag hij nu alleen maar contouren van energie, rondom de kleine figuurtjes die beneden hun strijd uitvochten. Gharamons transformatie was geslaagd!


( en dan crumblen )